Milieuadvies voor veehouderijen
Veehouderijen en andere bedrijven in de agrarische sector hebben te maken met verschillende milieuvraagstukken. Denk aan emissies van ammoniak en fijnstof, geurhinder, verontreiniging van de bodem en lozingen. Ook energiegebruik, mestopslag en de opslag van andere stoffen spelen een belangrijke rol binnen de bedrijfsvoering.
Omgevingswet voor veehouderijen
Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de regels voor milieubelastende activiteiten opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor veehouderijen gelden specifieke milieuregels. AdbLOM helpt u om inzicht te krijgen in deze regels en om te bepalen welke verplichtingen en eventuele vergunningen voor uw bedrijf gelden.
Voor veehouderijen is de milieubelastende activiteit opgenomen in het Bal. Het gaat om het houden van landbouwhuisdieren en, bij grotere bedrijven, om het exploiteren van een IPPC-installatie voor het houden van pluimvee of varkens.
De milieubelastende activiteit omvat ook functioneel ondersteunende activiteiten op dezelfde locatie. Niet ieder bedrijf dat dieren houdt valt onder deze milieubelastende activiteit. Zo zijn onder andere bepaalde activiteiten voor natuurbeheer, educatie en onderzoek uitgezonderd.
Kernactiviteit van een veehouderij
De kernactiviteit bestaat uit:
- Een veehouderij die onder de IPPC-richtlijn valt (IPPC-categorie 6.6).
- Andere veehouderijen met meer dan:
- 10 stuks rundvee
- 15 varkens
- 350 kippen
- 25 overige landbouwhuisdieren
Het gaat hierbij om het houden van landbouwhuisdieren voor bijvoorbeeld de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren. Hieronder kunnen ook paarden of pony’s voor het fokken vallen, evenals dieren die onderdeel zijn van de productieketen, zoals fokzeugen en moederdieren.
Binnen dezelfde locatie kunnen daarnaast functioneel ondersteunende activiteiten plaatsvinden. Ook kunnen andere milieubelastende activiteiten uit hoofdstuk 3 van het Bal van toepassing zijn.
Milieuregels voor veehouderijen
Voor veehouderijen gelden specifieke milieuregels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze regels gelden voor de gehele milieubelastende activiteit, inclusief de functioneel ondersteunende activiteiten.
Het gaat onder andere om:
- Kleinschalig tanken: voorkom lekkages en verontreiniging tijdens het tanken.
- Grootschalig tanken: voor grotere hoeveelheden brandstof gelden aanvullende voorschriften om risico’s voor de omgeving te beperken.
- Bereiden van drinkwater voor landbouwhuisdieren: het drinkwater voor dieren moet op een zorgvuldige manier worden bereid.
- Dierenverblijven: voor dierenverblijven gelden specifieke milieuregels.
- Opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: zorg voor een geschikte opslag en voorkom verontreiniging van bodem en water.
- Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: voorkom lekkages en andere milieubelasting bij opslag.
- Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin: zorg voor een veilige opslag en voorkom bodem- en waterverontreiniging.
- Composteren en opslaan van groenafval: beheer en opslag moeten op een milieuhygiënisch verantwoorde manier plaatsvinden.
- Reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten: voorkom dat verontreinigd water of stoffen in de bodem of het oppervlaktewater terechtkomen.
- Vullen van gasflessen met propaan of butaan: hierbij gelden specifieke regels voor veilig vullen en omgaan met deze stoffen.
- Eindonderzoek bodem bij IPPC-installaties: bij de daarvoor aangewezen IPPC-installaties gelden regels voor bodemonderzoek.
- PRTR bij een PRTR-installatie: bepaalde bedrijven moeten gegevens over emissies en afvalstromen rapporteren.
- Verduurzaming van het energiegebruik: veehouderijen moeten waar van toepassing maatregelen nemen om het energiegebruik te verduurzamen.
De regels hebben onder andere betrekking op het voorkomen van bodem- en waterverontreiniging, emissies, opslag van stoffen en energiegebruik.
Wanneer is een omgevingsvergunning nodig?
Voor een veehouderij geldt niet automatisch een omgevingsvergunningplicht. Een vergunning is onder andere nodig voor:
- Een IPPC-installatie die valt onder categorie 6.6 van bijlage I van de Richtlijn industriële emissies (Rie).
- Het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het houden van meer dan:
- 200 melkkoeien van 2 jaar en ouder, kalfkoeien van 2 jaar en ouder of zoogkoeien van 2 jaar en ouder.
- 340 stuks vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, fokstieren jonger dan 2 jaar, melkkoeien van 2 jaar en ouder, kalfkoeien van 2 jaar en ouder of zoogkoeien van 2 jaar en ouder.
- 50 paarden van 3 jaar en ouder of pony’s van 3 jaar en ouder.
- 50 schapen van 1 jaar en ouder of geiten.
- 2.500 kippen, kalkoenen, eenden of parelhoenders.
- 50 vleesvarkens van 25 kg en meer, opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden of opfokzeugen van 25 kg en meer.
- 50 kraamzeugen, guste zeugen, dragende zeugen en opfokzeugen van 25 kg en meer.
- 500 gespeende biggen van minder dan 25 kg.
- 50 vleeskalveren jonger dan 1 jaar, overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar of overig rundvee van 2 jaar en ouder.
- 50 overige landbouwhuisdieren.
Voor deze vergunningplichtige activiteiten geldt ook een vergunningplicht voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam. Bij een vergunningplichtige IPPC-installatie of andere milieubelastende installatie geldt de vergunningplicht voor de installatie voor het houden van dieren en voor activiteiten die daar technisch en milieuhygiënisch mee zijn verbonden. Voor andere milieubelastende activiteiten binnen de veehouderij kan daarnaast een afzonderlijke vergunningplicht gelden.
Andere regels voor veehouderijen
Niet alle regels voor veehouderijen staan in het Bal. Ook andere regelgeving kan van toepassing zijn, zoals:
- Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): onder andere regels over energiebesparende maatregelen.
- Omgevingsplan: bijvoorbeeld lokale regels over geur en de ruimtelijke inpassing.
- Omgevingsverordening: aanvullende provinciale regels.
- Waterschapsverordening: regels voor activiteiten die gevolgen hebben voor het watersysteem.
Ook voor mestopslag kunnen aanvullende regels gelden. De opslag van mest is niet op zichzelf een afzonderlijke milieubelastende activiteit uit het Bal. Wanneer de opslag onderdeel is van een veehouderij, kunnen hiervoor wel inhoudelijke regels gelden. Daarnaast kunnen lokale regels, bijvoorbeeld over geur, van toepassing zijn.
Uiterlijk vier weken voordat de activiteit begint, moeten algemene gegevens aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Afhankelijk van de activiteiten kunnen daarnaast aanvullende informatieverplichtingen gelden.
Hoe kan AdbLOM uw veehouderij helpen?
Bij een veehouderij komen veel verschillende milieuvraagstukken samen. AdbLOM helpt u om in kaart te brengen welke milieuregels voor uw bedrijf gelden en wat u hiervoor moet regelen.
We beoordelen uw bedrijfsactiviteiten en brengen informatieverplichtingen, meldingsplichten en eventuele vergunningen in beeld. Ook kunnen we ondersteunen bij milieuonderzoeken, vergunningaanvragen en het contact met het bevoegd gezag.
Onze adviseurs ondersteunen u onder andere bij:
- Milieuadvies op maat: wij beoordelen uw bedrijfsactiviteiten en adviseren over de geldende milieuregels, vergunningen en milieumaatregelen.
- Vergunningaanvragen: wij begeleiden u bij het aanvragen van omgevingsvergunningen wanneer een vergunningplicht geldt.
- Toetsing aan de Omgevingswet: wij beoordelen welke milieuregels, informatieverplichtingen, meldingsplichten en vergunningen op uw organisatie van toepassing zijn.
- Milieuonderzoeken en onderbouwingen: wij verzorgen de benodigde onderzoeken en onderbouwingen.
- Contact met het bevoegd gezag: wij onderhouden het contact met gemeenten, omgevingsdiensten en andere bevoegde gezagen.
Zo weet u welke verplichtingen voor uw veehouderij gelden en wat u moet regelen.
Veelgestelde vragen
Wanneer valt een veehouderij onder het Bal?
Een veehouderij valt onder de milieubelastende activiteit wanneer sprake is van een IPPC-installatie of wanneer meer dan 10 runderen, 15 varkens, 350 kippen of 25 overige landbouwhuisdieren worden gehouden.
Heb ik voor mijn veehouderij een omgevingsvergunning nodig?
Dat hangt af van het aantal en type landbouwhuisdieren en van de vraag of sprake is van een IPPC-installatie. Boven de in het Bal opgenomen drempelwaarden geldt een vergunningplicht.
Welke milieuregels gelden voor een veehouderij?
Er gelden onder andere regels voor dierenverblijven, mestopslag, kuilvoer, tanken, drinkwater, het reinigen van voertuigen en werktuigen, gasflessen, bodemonderzoek, PRTR en verduurzaming van het energiegebruik.
Kan AdbLOM helpen bij milieuvraagstukken voor mijn veehouderij?
Ja. AdbLOM ondersteunt veehouderijen bij het beoordelen van milieuregels, informatieverplichtingen, meldingsplichten, vergunningen en milieuonderzoeken.
Hulp nodig bij milieuwetgeving of een omgevingsvergunning?
Wilt u weten welke milieuregels, informatieverplichtingen, meldingsplichten of vergunningen voor uw veehouderij gelden? De adviseurs van AdbLOM helpen u graag met deskundig advies en begeleiding bij de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Neem vrijblijvend contact met ons op voor advies over milieuwetgeving, de Omgevingswet en vergunningen voor veehouderijen.
📞 Bel voor persoonlijk advies: 038 – 457 9056
✉️ Mail naar: info@adblom.nl
