Rubber- en kunststofindustrie

Milieuadvies voor de rubber- en kunststofindustrie

Bedrijven in de rubber- en kunststofindustrie hebben te maken met uitgebreide milieuregels. De productieprocessen binnen deze sector kunnen leiden tot bodem- en luchtverontreiniging, lozingen, een hoog energieverbruik en risico’s voor de omgevingsveiligheid door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Het is daarom belangrijk dat uw organisatie voldoet aan de geldende milieuwetgeving.

Bij Milieuadviesbureau AdbLOM ondersteunen wij bedrijven in de rubber- en kunststofindustrie bij het naleven van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Onze adviseurs beoordelen welke milieuregels, meldingsplichten en vergunningen voor uw bedrijf gelden en begeleiden u bij het voldoen aan de wettelijke verplichtingen.

Omgevingswet voor de rubber- en kunststofindustrie

Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de regels voor milieubelastende activiteiten opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Voor bedrijven in de rubber- en kunststofindustrie gelden, afhankelijk van de productieprocessen en bedrijfsactiviteiten, algemene regels uit het Bal. Daarnaast kan een meldingsplicht of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit van toepassing zijn. Ook voor functioneel ondersteunende activiteiten, zoals opslagvoorzieningen, menginstallaties, oplosmiddeleninstallaties, stookinstallaties of tankinstallaties, kunnen aanvullende algemene regels, een meldingsplicht of een omgevingsvergunning gelden.

Door uw bedrijfsactiviteiten tijdig te beoordelen, wordt duidelijk welke milieuregels en verplichtingen voor uw organisatie gelden. Zo voorkomt u vertraging bij vergunningprocedures, handhaving en onnodige risico’s en voldoet uw bedrijf aan de geldende milieuwetgeving.

Kernactiviteiten in de rubber- en kunststofindustrie

De milieubelastende activiteit rubber- en kunststofindustrie omvat onder meer:

  • Een IPPC-installatie voor de oppervlaktebehandeling van kunststoffen: installaties die vallen onder categorie 2.6 van bijlage I van de Richtlijn industriële emissies (RIE).
  • Het blazen, expanderen en schuimen van kunststof: waarbij een blaasmiddel wordt gebruikt dat niet bestaat uit lucht, kooldioxide of stikstof.
  • Het verwerken van elastomeren: het maken en behandelen van producten op basis van elastomeren.
  • Het verwerken van polyesterhars: waarbij 1 kg of meer organische peroxiden van ADR-klasse 5.2 aanwezig zijn.
  • Het maken van producten van kunststof: waaronder spuitgieten, extruderen, thermovormen, blazen en schuimen. Ook het wegen en mengen van rubbercompounds valt hieronder.

Milieuregels voor de rubber- en kunststofindustrie

Voor deze milieubelastende activiteit gelden de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze regels hebben betrekking op de gehele milieubelastende activiteit. Voor uw bedrijf kunnen onder meer de volgende regels van toepassing zijn:

  • Schoonbranden van metalen: regels voor het beperken van emissies tijdens schoonbrandwerkzaamheden.
  • Mechanisch bewerken van diverse materialen: regels voor het beperken van emissies en verontreiniging.
  • Reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen: regels voor het beperken van emissies en het zorgvuldig gebruik van stoffen.
  • Verwerken van rubbercompounds: regels voor een milieuhygiënisch verantwoorde verwerking.
  • Verwerken van thermoplastisch kunststof: regels voor een gecontroleerde verwerking en het beperken van emissies.
  • Verwerken van polyesterhars: regels voor een veilige verwerking en het beperken van emissies.
  • Oplosmiddeleninstallaties: regels voor het beperken van emissies van vluchtige organische stoffen.
  • Kleinschalig en grootschalig tanken: regels voor een veilige opslag en het voorkomen van bodem- en milieubelasting.
  • Vullen van gasflessen met propaan of butaan: regels voor een veilige uitvoering van vulactiviteiten.
  • Opslaan van goederen: regels voor een milieuhygiënisch verantwoorde opslag.
  • Laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen: regels om emissies en verontreiniging tijdens overslagactiviteiten te beperken.
  • Lozen van koelwater: regels voor het lozen van koelwater.
  • Eindonderzoek bodem (bij IPPC-installaties): regels voor het uitvoeren van een bodemonderzoek bij beëindiging van de activiteit.
  • PRTR (bij IPPC-installaties): verplichtingen voor het registreren en rapporteren van emissies van verontreinigende stoffen.
  • Verduurzaming van het energiegebruik: regels voor energiebesparing en doelmatig energiegebruik.
  • Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS): regels voor het beperken van emissies van ZZS.
  • Emissies naar de lucht: regels voor het beperken van emissies naar de buitenlucht.

Daarnaast kunnen voor functioneel ondersteunende activiteiten aanvullende algemene regels, een meldingsplicht of een omgevingsvergunning gelden.

Wanneer is een omgevingsvergunning nodig?

Of voor activiteiten binnen de rubber- en kunststofindustrie een omgevingsvergunning nodig is, hangt af van de aard en omvang van de activiteiten en de regels die daarop van toepassing zijn.

Een omgevingsvergunning is onder meer vereist voor:

  • Een IPPC-installatie die valt onder categorie 2.6 van bijlage I van de Richtlijn industriële emissies (RIE);
  • Het blazen, expanderen of schuimen van kunststof waarbij een blaasmiddel wordt gebruikt dat niet bestaat uit lucht, kooldioxide of stikstof;
  • Het behandelen van het oppervlak van kunststof met een elektrolytisch of chemisch procédé;
  • Het exploiteren van een vergunningplichtige milieubelastende installatie voor het maken of behandelen van producten op basis van elastomeren.

Bij een vergunningplichtige IPPC-installatie of een andere vergunningplichtige milieubelastende installatie geldt de vergunningplicht voor de gehele installatie, inclusief de activiteiten die technisch én milieuhygiënisch met elkaar samenhangen.

Voor andere activiteiten die onder de kernactiviteit rubber- en kunststofindustrie vallen, geldt geen vergunningplicht. Binnen hetzelfde bedrijf kunnen echter ook andere milieubelastende of functioneel ondersteunende activiteiten plaatsvinden waarvoor wel een vergunningplicht, meldingsplicht of algemene regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing zijn.

Voor activiteiten waarvoor op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) een meldingsplicht geldt, moet de melding uiterlijk vier weken vóór de start van de activiteit bij het bevoegd gezag zijn ingediend. Afhankelijk van de activiteit moeten daarbij ook de voorgeschreven gegevens en bescheiden worden aangeleverd.

AdbLOM beoordeelt welke verplichtingen voor uw organisatie gelden en begeleidt u bij vergunningaanvragen, meldingen en het naleven van de geldende milieuwetgeving.

Met AdbLOM aan uw zijde

De adviseurs van AdbLOM beschikken over ruime ervaring met de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en vergunningprocedures voor bedrijven in de rubber- en kunststofindustrie.

AdbLOM beoordeelt welke milieuregels, meldingsplichten en vergunningen voor uw organisatie gelden en begeleidt u bij vergunningaanvragen, meldingen en het naleven van de geldende milieuwetgeving.

Onze adviseurs ondersteunen u onder andere bij:

  • Milieuadvies op maat: Wij beoordelen uw bedrijfsactiviteiten en adviseren over de benodigde vergunningen en milieumaatregelen.
  • Vergunningaanvragen: Wij begeleiden u bij het aanvragen van omgevingsvergunningen en zorgen ervoor dat de benodigde documentatie volledig en correct wordt ingediend.
  • Toetsing aan de Omgevingswet: Wij beoordelen welke milieuregels, meldingsplichten en vergunningen op uw organisatie van toepassing zijn.
  • Milieuonderzoeken en onderbouwingen: Wij verzorgen de benodigde onderzoeken en onderbouwingen voor vergunningaanvragen.
  • Contact met het bevoegd gezag: Wij onderhouden het contact met gemeenten, omgevingsdiensten en andere bevoegde gezagen tijdens het vergunningtraject.

Zo weet u zeker dat uw organisatie voldoet aan de geldende milieuwetgeving en kunt u zich richten op uw bedrijfsvoering.

Veelgestelde vragen

Wanneer is een omgevingsvergunning nodig?

Of een omgevingsvergunning nodig is, hangt af van de aard en omvang van de activiteiten en de regels die daarop van toepassing zijn. Voor bepaalde vergunningplichtige milieubelastende activiteiten is een omgevingsvergunning vereist. Voor andere activiteiten kunnen algemene regels of een meldingsplicht gelden.

Welke activiteiten vallen onder de milieubelastende activiteit rubber- en kunststofindustrie?

Hieronder vallen onder meer IPPC-installaties voor de oppervlaktebehandeling van kunststoffen, het verwerken van elastomeren, polyesterhars en thermoplastische kunststoffen en diverse productieprocessen voor kunststofproducten.

Welke milieuregels gelden voor de rubber- en kunststofindustrie?

Afhankelijk van de bedrijfsactiviteiten gelden onder meer regels voor emissies naar de lucht, Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), oplosmiddeleninstallaties, energiegebruik, opslag, koelwater, bodemonderzoek en PRTR-verplichtingen.

Kan AdbLOM helpen bij vergunningen en meldingen?

Ja. AdbLOM ondersteunt bedrijven bij vergunningaanvragen, meldingen en het naleven van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Wij beoordelen welke verplichtingen voor uw bedrijf gelden en begeleiden u gedurende het volledige traject.

Waarom kiezen bedrijven voor AdbLOM?

Onze adviseurs beschikken over ruime ervaring met milieuwetgeving, vergunningprocedures en de rubber- en kunststofindustrie. Wij begeleiden organisaties bij vergunningen, meldingen en milieuvraagstukken en zorgen ervoor dat zij voldoen aan de geldende milieuwetgeving.

Hulp nodig bij milieuwetgeving of een omgevingsvergunning?

Wilt u weten welke milieuregels voor uw bedrijf gelden of heeft u ondersteuning nodig bij een vergunningaanvraag of melding? De adviseurs van AdbLOM helpen u graag met deskundig advies en begeleiding.

Neem vrijblijvend contact met ons op voor advies over de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), vergunningen en milieuwetgeving voor de rubber- en kunststofindustrie.

Contact opnemen

📞 Bel voor persoonlijk advies: 038 – 457 9056
✉️ Mail naar: info@adblom.nl

ADBLOM PGS 15 opslagvoorziening voor gevaarlijke stoffen

Neem contact op

Telefoon: 038-4579056
E-mail: info@adblom.nl