Lachgas (N₂O) is door het RIVM opgenomen op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Voor veel ZZS gelden specifieke emissiegrenswaarden, maar voor lachgas heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat besloten hiervan af te zien. Hoewel er geen emissiegrenswaarde wordt opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), blijven voor bedrijven die lachgas uitstoten wel degelijk verplichtingen bestaan.
Waarom krijgt lachgas geen emissiegrenswaarde in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)?
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft besloten om voor lachgas geen emissiegrenswaarde op te nemen in paragraaf 5.4.4 van het Bal. De belangrijkste reden hiervoor is dat lachgas niet alleen een Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS) is, maar ook een krachtig broeikasgas. De uitstoot van lachgas wordt al gereguleerd via het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS), waardoor een aanvullende emissiegrenswaarde niet noodzakelijk wordt geacht.
Daarnaast heeft het RIVM voor lachgas een Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) van 10,9 mg/m³ vastgesteld. Deze waarde ligt aanzienlijk hoger dan de MTR-waarden van veel andere ZZS. Daarom wordt de schadelijkheid van lachgas voor de luchtkwaliteit als relatief beperkt beschouwd.
Lachgas als Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS): welke verplichtingen gelden voor bedrijven?
Dat er geen emissiegrenswaarde geldt, betekent niet dat bedrijven geen rekening hoeven te houden met de ZZS-regelgeving. Lachgas blijft een Zeer Zorgwekkende Stof en daardoor zijn de bepalingen uit paragraaf 5.4.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing op milieubelastende activiteiten waarbij lachgas vrijkomt.
Wanneer is een vermijdings- en reductieprogramma verplicht?
Afhankelijk van de aard en omvang van de emissies kan een bedrijf verplicht zijn een vermijdings- en reductieprogramma op te stellen. Hierin wordt beschreven welke maatregelen zijn genomen of kunnen worden genomen om emissies van lachgas zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Het uitgangspunt van de ZZS-regelgeving blijft namelijk dat emissies zoveel mogelijk worden geminimaliseerd.
Hoe beoordeelt het bevoegd gezag emissies van lachgas?
Hoewel er geen emissiegrenswaarde geldt, kan het bevoegd gezag emissies van lachgas toetsen aan de door het RIVM vastgestelde MTR-waarde van 10,9 mg/m³. Bedrijven moeten daarom inzicht kunnen geven in hun emissies en de maatregelen die zijn getroffen om deze te beperken.
Wat betekent lachgas als ZZS voor uw organisatie?
Voor organisaties die lachgas uitstoten is het verstandig om tijdig te beoordelen welke verplichtingen uit het Besluit activiteiten leefomgeving op hun situatie van toepassing zijn. Een goede inventarisatie van emissies en een duidelijke onderbouwing van de genomen maatregelen kunnen vragen tijdens vergunningprocedures of toezicht voorkomen.
Twijfelt u of de ZZS-regelgeving van toepassing is op uw bedrijf of wilt u ondersteuning bij het opstellen van een vermijdings- en reductieprogramma? De adviseurs van AdbLOM helpen u graag bij het beoordelen van uw situatie en het voldoen aan de geldende milieuwetgeving.
Contact opnemen
📞 Bel voor persoonlijk advies: 038 – 457 9056
✉️ Mail naar: info@adblom.nl
